Eindelijk dan toch: De EGCN is een feit.  /  FCI Groep 9, Gezelschapshonden

Vier jaar geleden besloten Hans Boelaars en Hans Hilverda om de kerngedachte 'samenwerking en inspiratie' te vervatten in een voor de kynologie nieuwe opzet van een vereniging. Met behoud van het goede uit het verleden is een structuur ontworpen waarin wordt gesproken over zogenaamde kernleden. De kernleden moeten de steun hebben van 25 leden en daarmee draagvlak hebben. Zij zijn het aanspreekpunt voor de leden, niet het bestuur. Alle leden kiezen uit de maximaal 25 kernleden een bestuur. De structuur van de EGCN dient onder andere als het borgingsmechanisme voor de continuïteit van besturen. Daar waar rasverenigingen zorg dragen voor verdieping van de kennis, stelt de EGCN zich nadrukkelijk tot doel om bij te dragen aan de verbreding van de kennis. Problematiek binnen het ene ras kan immers tot tevredenheid zijn opgelost terwijl het andere ras naarstig op zoek is naar een dergelijk antwoord.

Regels en emotie
Op rassen uit rasgroep 9 wordt extra gelet. De kritiek met betrekking tot de overdrijving in exterieur spitst zich in veel gevallen toe op de gezelschapshonden. Daartoe is er bijvoorbeeld voor de Cavalier een convenant afgesloten waar fokkers zich aan moeten houden, willen ze stambomen krijgen voor hun pups. Er zijn dreigementen over rechtszaken die rassen uit deze rasgroep moeten gaan verbieden etc. Kortom, een emotievolle rasgroep waar nu centralisatie van kennis zijn beslag vindt in de EGCN. Voor de 25 rassen zijn door het toegewijde monnikenwerk van kernlid Jos Dekker inmiddels 25 goedgekeurde VFR's een feit. 

Vier jaar geleden besloten Hans Boelaars en Hans Hilverda om de kerngedachte 'samenwerking en inspiratie' te vervatten in een voor de kynologie nieuwe opzet van een vereniging. Met behoud van het goede uit het verleden is een structuur ontworpen waarin wordt gesproken over zogenaamde kernleden. De kernleden moeten de steun hebben van 25 leden en daarmee draagvlak hebben. Zij zijn het aanspreekpunt voor de leden, niet het bestuur. Alle leden kiezen uit de maximaal 25 kernleden een bestuur. De structuur van de EGCN dient onder andere als het borgingsmechanisme voor de continuïteit van besturen. Daar waar rasverenigingen zorg dragen voor verdieping van de kennis, stelt de EGCN zich nadrukkelijk tot doel om bij te dragen aan de verbreding van de kennis. Problematiek binnen het ene ras kan immers tot tevredenheid zijn opgelost terwijl het andere ras naarstig op zoek is naar een dergelijk antwoord.

De hondenwereld zit vol emoties.
Begrijpt men de emoties, dan begrijpt men de drijfveren voor het doen of nalaten. Dat is hoe Hans Boelaars de georganiseerde kynologie analyseert.
Keurmeester, voormalig voorzitter van zowel de Cavalier Club als van rasgroep 9 en inmiddels medeoprichter en secretaris van de Eerste Gezelschapshonden Club Nederland (EGCN). 

De toetredingsovereenkomst met de Raad van Beheer is getekend, dus de EGCN gaat als volwaardig lid van start. Maar dat zijn de regels. Terug naar de emotie die volgens Hans Boelaars terug te vinden is in alle lagen van de kynologie. In de werkrassen maar ook bij bijvoorbeeld de jachthonden worden de verschillen in uiterlijkheden verklaard door de functionaliteit die behoort bij de oorspronkelijke werkeigenschap van een ras.

Bij de gezelschapshonden behoort tot de oorspronkelijke eigenschappen het scheppen van behagen. Zo wordt bijvoorbeeld in een oude encyclopedie die Hans Boelaars op de plank heeft staan, een traan in de ogen van een klein gezelschapshondje, zeg een Japanse Chin, gezien als een extra kwaliteit die ontroering teweegbracht. Dat was dus volgens Boelaars het werk van de gezelschapshondjes: ontroering en vertedering brengen. Hij is ervan overtuigd dat dit de reden is dat de gezelschapshonden het zwaarder te verduren hebben dan bijvoorbeeld de jachthonden of werkhonden.

Inspiratie in plaats van concurrentie
Het verweer van de gezelschapshondenmensen is ook emotioneel en wordt dus door mensen die op rationele wijze deze rasgroep aanvallen, afgedaan als flauwekul. Hoewel Hans Boelaars jarenlang onderdeel heeft uitgemaakt van en heeft deelgenomen aan de zo bekende structuur van de georganiseerde kynologie, vond hij toch dat het tijd werd voor iets nieuws. Zijn ervaring dat fokkers worden geknecht en gecontroleerd door hun collega's/concurrenten en dat de regels werden misbruikt door besturen om hun eigen positie en belangen veilig te stellen, maakte dat hij out of the box ging denken. Het werd tijd voor een vereniging waarin een bredere structuur moest zorgdragen voor een klimaat van inspiratie in plaats van concurrentie. De kracht zit hem in de verscheidenheid van sterke persoonlijkheden met nadrukkelijk eigen expertise en een daaraan gekoppelde visie op fokkerij en kynologie. Deze persoonlijkheden vormen de kernleden. De kernleden moeten eigenlijk gezien worden als de mentoren van de leden. Zoals er vroeger eerst jaren als beginnend kynoloog werd geluisterd, gekeken en geleerd alvorens je actief ging participeren, moeten nu de leden voor dit soort processen bij hun kernlid terecht kunnen. Terug naar de kynologische keukentafel dus, maar dan in een modern jasje, aangepast aan de nieuwe tijd. Hans is er stellig van overtuigd dat er op deze manier binnen de kynologie de noodzakelijke 'denktanks' zullen ontstaan binnen de zogenaamde bredere verenigingen. Hij gelooft vast dat de structuur van de EGCN navolging zal vinden in alle geledingen van de georganiseerde kynologie. Er zijn al initiatieven gaande in onder andere rasgroep 5, waar de Club voor Spitsen en Oertypen in oprichting is. 



Springlevend

De EGCN-structuur is echt specifiek ontworpen voor fokkers. De mensen die willen wandelen en recreëren met hun honden, en een leuk clubblad verwachten zullen zich niet thuisvoelen bij de EGCN.

De EGCN is er om de kwaliteit van de aan haar toevertrouwde rassen te bewaren en niet om de kwaliteit van het leven van de hondeneigenaren te bevorderen. 'Dus mensen moeten naast het lidmaatschap van de EGCN graag nog lid worden of blijven van een andere rasvereniging', aldus Boelaars. Hij glimlacht als hij besluit: 'Ik zou iedereen die de afgelopen vier jaren zo uitgesproken tegen ons is geweest willen bedanken voor de gezouten en ongezouten kritiek. Die heeft ervoor ge-zorgd dat we onze overtuigingen continu hebben getoetst en aangescherpt. Daar ga je niet dood aan, je wordt er alleen maar sterker van en de EGCN is springlevend.' Dan het woord aan de bioloog Hans Hilverda, keurmeester van rasgroep 9 en enkele aanverwante rassen. Maar ook medeoprichter niet Hans Boelaars van de Cavalier Club Nederland en de STG-show, en deelnemer aan de toenmalige W.K. Hirsehfeld Stichting, de plaats waar wetenschap en kynologie bij elkaar kwamen en waar men probeerde gebalanceerd wetenschappelijke richting te geven aan de rashondenfokkerij. Hans Hilverda staat middenin de actualiteit door zijn haan als leerkracht in het zogenaamde Groene Onderwijs, waar hij ook lesstof ontwikkelt die gelijke tred houdt met de actualiteit. Momenteel houdt hij zich bezig met de inmiddels veelbesproken vereiste vakbekwaamheid voor fokkers in verband met het Besluit Houders van Dieren. Kortom, een kynoloog met voeling voer traditie en toekomst, een visie die hij vertaalt naar de vormgeving van de EGCN. Al sluiten zijn ideeën naadloos aan bij die van mede-oprichter Hans Boelaars, Hans Hilverda heeft zijn eigen invalshoek over de meerwaarde van de EGCN.


Veilige haven voor fokkers
Als eerste benoemt Hilverda de noodzaak om de verantwoordelijkheid daar te leggen waar hij hoort, namelijk bij de fokker. De fokker is in het huidige kynologische speelveld aangeschoten wild, is zijn mening. De belangrijkste taak van de EGCN is volgens Hilverda dan ook om een veilige haven te worden voor de fokkers. Een veilige haven waarin mensen ervaringen kunnen delen maar ook gebruik kunnen maken van elkaars kennis en ervaring. 'Het is van belang', aldus Hans Hilverda, 'dat er activiteiten worden ontwikkeld waaruit de positieve aspecten blijken die de bewuste rashondenfokkerij in zich draagt.' Het grootste probleem is volgens hem dat wetenschappers op afstand de fokkers gaan vertellen hoe zij de bewuste en zorgvuldige rashondenfokkerij dienen te bedrijven. Hilverda: 'Aan de ene kant vinden we dat alles moet kunnen, dat alles gerepareerd moet kunnen worden, maar aan de andere kant willen of kunnen de consequenties die dergelijk gedrag met zich meebrengt niet aanvaarden. Ik zou het niet erg vinden, wellicht zelfs wenzelijk, om terughoudendheid te betrachten bij het overdreven testen van aandoeningen. Wat leidend motief dient te zijn in hoeverre een aandoening daadwerkelijk het welzijn van een hond aantast. De laatste jaren wordt elk probleem binnen de rashondenfokkerij op inteelt geschoven, maar ik denk dat het daadwerkelijke probleem veel meer te zoeken is in het gebrek aan selectie door fokkers. Geholpen door de wetenschap en dierenartsen, die maar blijven aandringen op allerlei behandelingen en trajecten waarvan je je kunt afvragen of ze zinvol zijn en ethisch verantwoord. Inmiddels is de zienswijze van de maatschappij dermate vervormd dat de goegemeente daadwerkelijk gelooft dat een bastaard gezonder zou zijn dan een rashond.'

Cultuuromslag
De EGCN probeert een bijdrage te leveren aan een positiever beeld van de bewuste rashondenfokkerij. De bedoeling van deze groep kynologen is om elkaar te ondersteunen, maar tevens elkaar aan te spreken en om een cultuuromslag te bewerkstelligen. Wat steekt is dat de bewuste, zorgvuldige fokker op een razziaachtige manier wordt gepositioneerd. De meerwaarde van de EGCN is gelegen in de afbakening van de doelgroep, namelijk de fokkers. Het bij elkaar brengen van fokker, van verschillende rassen zorgt voor dialoog en meerwaarde. Hilverda: Mijn wens voor de nog jonge vereniging is dat we op grote schaal onze activiteiten kun-nen vormgeven en uitvoeren en daarmee een positieve bijdrage kunnen leveren aan de discussies die in de actualiteit worden gevoerd.' 



Het laatste woord

Als laatste komt de voorman van de EGCN aan de het woord, Hildeward Hoenderken, keurmeester van rassen in rasgroep negen en verschillende andere. Hildeward is voormalig aanvoerder van het Winnerteam en bestuurder van verschillende rasverenigingen maar bovenal voorzitter van de EGCN.

'De wens is', zo zegt hij, 'om de ervaren fokkers te binden en gebruik te maken van de kennis en ervaring van de fokkers.

Samen zetten we onderlinge concurrentie om naar gemeenschappelijke inspiratie en adequaat beleid. De visie van de EGCN is rasoverschrijdend en het zoeken is naar de gemene deler van een bewuste en weloverwogen rashondenfokkerij. We moeten een oplossing vinden om uit het negativisme te komen. Zowel extern, denk bijvoorbeeld aan de acties van Dier & Recht, maar zeker ook intern. De regelgeving ten behoeve van de rashondenfokkerij moet adequaat zijn maar ook ten dienste staan van de zorgvuldige rashondenfokkerij en daarmee de fokkers. We moeten weer trots mogen zijn op onze rashonden en onze rashondenfokkerij. Ik refereer nog maar eens aan Mike Tempest die ooit in Dogworld de rashondenfokkerij als volgt omschrijft: ...we could describe breeding as an art underpinned by a science — the science of genetics...  " We kunnen de fokkerij omschrijven als een norm van kunst, onderbouwd door een wetenschap, de wetenschap van genetica.

Overgenomen uit de Hondenwereld, Juni 2015
Tekst: Anne-Greet van der Wal

© Eerste Gezelschapshonden Club Nederland, realisatie Mopslaan.nl / Monique's Webdesign 2019